maandag 4 juli 2011

bloggedichten

Post


Ze zegt: 'Ik ga even een brief posten.'

Loopt naar een vogelhuisje

en legt de brief op het voederblad.


Hij wipt even op in de wind.

Ze loopt terug, kijkt nog eens om

en zegt: 'Dat komt wel goed.'


=


Twaalfhonderd graden


Wat gebeurt er in de oven?

Daar stort heel veel in elkaar.

Het koekte vast – je had

een derde krimp.


Hij maakt een komisch nummer

van zijn brillen met touwtjes

praat over leugen en bedrog.


Half kaolien, chemisch inert

gevormd door het uiteenvallen

van veldspaat onder invloed van

verwering en thermische invloeden

kwart veldspaat

kwart kwarts.


Bij de productie van één ton kaolien

negen ton afval.


Rond het vuur opgestapeld

hybride vaatwerk / servies.

Een terrine in de stijl van Loosdrecht.

Chocoladekan met slak.

Houten handvat tegen de hitte

theepot met zilveren tuit.


Soms is alleen de helft gemerkt.

==

Aardappelen


Bij akkerbouwer Buys uit Leens

staan de pootaardappelen in kistjes

buiten, in stapels van acht of negen

om alvast voor te kiemen onder

gescheurd plastic in de zon en de kou.


Over een week of twee, drie zullen ze

de grond ingaan, gepoot worden

zodat ze in het donker kunnen uitlopen.


En later in het licht van de Zuidfranse

Alpen zit een man voor de tent piepers

te jassen en zijn vrouw zegt trots:

ja, we eten goeie aardappelen uit Leens.

=

Stremming


Toen ik met je praatte in het sleetse landhuis

wist ik je gevangen, maar kon niet helpen

alleen herkennen wat voor en achter de grens

hetzelfde was: schurft, lafheid, ogentroost.


Veel later vond ik je terug, de deur stond open.


Terwijl je vertelt hoe de honden verdwenen

zie je plotseling wat ik zie: het stremmen

bij je pols. Het enige wat je bereikte


was niet het vrije leven. Je grijnst om mijn blik

en zwijgt, terwijl je de mouw van je dungeworden

vest steels naar beneden schuift.


=

Oostende, nazomer 2007

(I.M. Hans Faverey (8-7-1990))



Zie ik hem daar lopen na zeventien jaar

op het strand, blote voeten, schoenen in de hand

broekspijpen op driekwart, tas aan de schouder

en aan de branding

staat een hond naar hem te kijken

verbaasd, want hij kan daar niet lopen

dat wist zelfs de hond

en de zon verborg zich

achter wolken, maar liet een baan licht

vrij op het zand

waar hij zou gaan lopen

langs aangespoelde takken en riet.


Hij liep daar in zijn scheve houding

naar het licht en naar de branding.

En een man die verderop stond

te vissen, het kind dat keek

naar zijn schelpen, de wandelaar

in de verte, de oude vrouw op de stoel

tegen het duin: zij wisten het niet.


Alleen de hond, met gespitste oren

staart omhoog, nekharen gerezen

stond te kijken hoe de man

naar hem toeliep en hij blafte niet.


Kon niet blaffen en ik kan niet

door het venster breken: ik zie hem lopen

naar de zee, naar de doodstille hond.


=


Who killed Cock Robin? The sparrow?

Nee, de ziekte die ons allemaal grijpt.

Roodborst lag dood op het gras

zijn fiere oranje borst mocht niet baten

de liedjes mochten niet, evenmin de legenden.


We maakten een grafkistje voor hem

met veel zorg, bekleed met bont

van de poes, spijkerden metalen strips

met knopjes aan de bovenkant

legden het kistje op de lange zij.


Roodborst lag wat klein op die zij

zijn kopje gleed door zwaartekracht

naar buiten op een onbestemd grijs.

We zagen dat een stukje metaal

ontbrak, evenals zijn aanwezigheid.

=



Achterlicht doet het niet. Lampje stuk?

Ander lampje brandt evenmin.

Fietsenmaker draait het lampje los

test met twee draadjes: licht!



'Ik zie het al, problemen met de massa.

De massa moet een stroomstoot hebben.'

Hij legt het uit: 'Een electronenstroom

zoals water. Er is een barriëre in de massa

zoals in een rivier, een dammetje

die ruim ik op door een stroomstoot.'



Hij draait aan het voorwiel en alles functioneert.

'Hij moest gewoon even gedotterd worden.'

==



Hij ziet me vanuit de verte komen

of hij hoort me gaan in het donker.



Hij staat onmiddellijk op vanuit het gras


waar hij ligt naast zijn moeder

die blijft liggen, altijd achterblijft.



Hij komt nader, steeds sneller


uit het donker, groot en blond

tot bij het schrikdraad

op vier slanke benen


met zijn neus dichtbij.



Hij vraagt om de boterham

en luistert naar wat ik zeg

over zijn moeder, over hoe


hij komt, nog niet slaapt.



Hij hapt naar de helft van het brood


eet en vraagt om de andere helft.

Als het op is, loopt hij een stukje mee


langs de weg, de afrastering, de sloot.


=


De kleine jongen staat ernstig voor de etalage

van de patisserie; zijn moeder kijkt naar messen

zijn vader naar aanstekers, even verderop.


Wat doe je daar toch?, vraagt zijn vader.

Ik studeer bonbons, zegt hij en hij wijst

als een schilder naar het palet van kleuren.


Er staat: 'Bijt eerst door het krokante laagje

en laat je daarna verrassen door de romige

zachte vulling die smelt op je tong.'


Hij kan het zien, niet lezen, begrijpt niettemin

hoeveel hij nog moet leren, handigheid

maar vooral al die vreemde talen.


Hij wijst naar de bloedsinaasappelpartjes

de crumble van cacaokernen en daarnaast

pistachecompound, mascarpone met pompoen.


=

de golven die zich voortplanten

in de zee raken schepen, vissen

en zwemmers die golven achterlaten


de kruisende golven vertellen

een verhaal over alles wat in zee is

en de golfpatronen zijn herinneringen


de wind wist alles uit, kustlijnen

beletten het eeuwig voortbestaan

het geheugen van de zee dooft uit.


=

O ud

In Wisconsin bleek in de kou
dat oude boeken goedkoper waren
dan steenkool of gas
zodat oude mensen hun kachel
begonnen te stoken met oude boeken.


Opvoedadvies van Rita Horst


Blind leren typen op de maat
van de Radetzkymars en leren
dat de naad van de kous
precies in het midden moet.

'Napalm, dacht ik dan, napalm.'

Hoe moet je opvoeden?, dacht ik.
Reinheid, rust en regelmaat.
Mijn dochter voelde zich veilig
als ik heel streng was: aan het werk!

Laat haar daarna maar vliegen.
=

Bomenkap

Bomenkap

De gekapte bomen aan de Westergast
staan nog rechtop tot boven de huizen
in de leegte als uitgeknipte sitsfiguren
tegen de witte lucht of als negatieven
op mijn netvlies: wit tegen dreigend onweer.

Ik heb ze nog zien liggen langs de huizen
de kapsneden nog bloedend, zonder loof
en die enkele bestuurder zag ik, met
zijn pijpenkrabber zaagde hij wat molm
een zakje vol voor in de raadszaal.

Ze zullen wel vervagen of krimpen
tot onder de dorpels van de huizen.
Ze zijn al weggesleept, hun takken geruimd.
Ze branden misschien of worden vermalen.
Wanneer breekt het onweer los?

Processie



Ik nam de foto van de rupsen mee
en wilde in het Verenigd Koninkrijk schrijven
maar dat ging niet, mijn hersens
zaten vol met Engelse woorden.

Ze kropen achter elkaar aan
head on tail? ass? closing?

Ik haalde er één tussen uit
totale paniek, maar het gat
werd opgevuld en de arme
stakker kroop achter de trein.

Op weg naar wat
de overkant, de eeuwigheid
eternity in bottom.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen