maandag 4 juli 2011

Brieven aan M.



Lieve M

1

Er zijn gedichten die niet mogen

omdat ze te naakt zeggen waar het op staat.


Zo zou ik je willen schrijven maar

ik durf niet, lieve M., zou ik willen


schrijven: ik denk aan je, hoe je daar

woont in dat kleine vervallen huis


met het kind dat je kind niet is

dat moeke zegt en aandacht vraagt


met de man die wel jouw man is

die geen aandacht vraagt maar stilte


die jou alleen laat met je warme lichaam

bij de houtkachel terwijl het kind speelt


en geen lawaai mag maken want de man

schrijft zulke ontroerende brieven


aan de jongen die zijn zoon niet is.



Lieve M.
2

Je bent koud geworden van alle kou.
Je verlangt naar de één terwijl
je het kind draagt van de ander.
Mooi praten kunnen mensen over onfatsoen
maar jij geeft liefde en je krijgt het kind
en verwijten over nutteloos gefantaseer.

Hier zit ik, ver van je bed en denk aan
warmte. Je kind redt zich wel, maar jij M.?




Lieve M.

3


Je kust je moeder niet meer in het ziekenhuis

evenmin je man als je weer thuis bent

thuis in de caravan naast de afbraak

van je huis waar de kolenkachel al weg is

was je je handen onder de dunne straal

verpieterd water om de besmetting

weg te wassen. Ik hoor je stem door de telefoon

die niet besmet, warmte op afstand.


Ik denk aan je kind dat niets weet

dat blank in je slaapt, zich vastbesloten voedt.

Laat het huis klaar zijn als het kind komt.


Lieve M

4


Je maakt je boos omdat je bang bent

dat je emoties een gevolg zijn

van scheikundige reacties in je lichaam.

War schreef Hans Vlek ook al weer

over Dr. Debakey ' die steeds als een traan

opwelt in zijn ooghoek, dit wijt aan een vuiltje

of ui'... wat een onzin. Je verdriet is er

je kind ook en het groeit. Je zegt het zelf

echt of niet, je kunt het evenmin

afmeten aan dat van de wereld

waarin je het kind zal voeden tot man

of vrouw, maar als het een vrouw is

voed het anders op dan je moeder.


=

Lieve M

5

Ik stel me voor dat je denkt:

laat er nu eens eindelijk geen poëzie

uitkomen, maar proza, een man

die rechtuit schrijft of zegt

wat hij vindt, zonder de vorm

van een gedicht, er is genoeg

over mij gedicht, lazer op met je strofen

uitzuigers, poëtische profiteurs

je kunt maar niet steeds op mij teren.

Mijn kind krijgt geen dichtbundel te lezen

de pest is het, alleen nog een krant

of hoogstens een brief van zijn vader.

=

Lieve M.


6

Ik weet niet wat je hier van vindt
maar ik heb geen proza om aan jou…
Ik ga soms zitten voor een brief
en ben bang voor trivialiteiten, laat maar
dit is nu mijn manier om je te laten
weten dat ik aan je denk
en aan die kleine naamloze.

Laat het een vrouw zijn
voed haar sterk op, daar gaat het toch om.

Deze gedichten zijn het niet.
Het is de liefde die zij moet doorgeven
en liever ook ontvangen.

=

Lieve M.


7

Je lijkt op Fénice van Chrétien de Troyes
als je zegt van jouw Cligès: wie het hart heeft
moet ook het lichaam hebben, jouw hart
behoort hem en je hebt het hart
dat niet alleen te beweren, je leeft er naar
of je wilt er naar leven en geven
maar hij wil niet, was je maar een heks
dan kon je hem eerst te drinken geven
de liefde tot stervens toe laten drinken
en dan als Isolde zeggen: als het zo is
ga en haal mijn bruidshemd, ik wacht.

=

Lieve M.

8

Somber en zelfbewust loop je over de Markt.
Je hebt een boek voor hem gekocht
en je voelt je in de steek gelaten
omdat hij ging toen een ander hem riep.
Je bewijst hem steeds maar eer
terwijl hij je achterlaat met wat M.?
Wat doe je alleen in de caravan
bij de oliekachel die brandt
in deze warme lente, wat doe je
als je niet leest? Zit je stil
naar de jonge stieren te kijken
naar de buren, de opgaande zon?

=


Lieve M.

9

Je bouwt zorgvuldig aan een grote woede

terwijl hij het huis laat bouwen.

Je antwoordt alleen nog maar op vragen

over hoe een deur, een venster…

Je gaat naar de dokter en vertelt

kort hoe onzeker hij was over je pijn.


Je zit bij de tandarts te wachten

tot je geholpen wordt aan zichtbaar bederf.


Je wijst hem af als hij je wil strelen

omdat je zijn tederheid niet kan vergeten.


Je kwetst hem omdat je zelf zo lang

verwaarloosd bent, verraden, vergeten.


Lieve M.

10


Hij ging weg om half twaalf, je hoorde

de auto op de kasseien en jij zat

te staren met je handen in je schoot.

Later trok je het bed uit de wand.

Je ging slapen en hoorde nog lang

auto's naderen die verder reden.


Toen ij terug kwam, had hij nog

twee uur om te slapen op de bank.

's Ochtends hield je het kind stil

en bracht hem koffie, terwijl het bed

allang weer in de wand verdwenen was.


==


Lieve M.

11


Je kocht het boek zonder dat je het wist

bij de minnares van je man: gedichten

en zij pakte het met een glimlach, met liefde

in, wetend hoe mooi hij het zou vinden.


Keek ze je na toen je de deur uitging?

Heeft ze zich toen teruggetrokken

uit schaamte, uit verdriet, omdat ze wist

dat zij ook eens zó uit een winkel zou lopen

haar geschenk onder haar armen, haar borsten

zwaar van verlangen, niet zo zwaar als de jouwe.


==


Lieve M.

12


Vandaag zag ik de letter N op een schilderij

van Gianni Dessi uit Rome. Hij schilderde

een lam zoals jij het ooit in je armen droeg

achter het huis dat nu weg is.


Zijn lam was opgebouwd uit figuratieve

resten, vlekken, boven de letter N

die zijn poten vormden, links en rechts

een vlammend angstig duister waartussen

het lam AGNUS aarzelend en teder naar

voren kwam, met hangende oren, bedreigd

door AG en US langs het roomwitte pad

maar het ontkwam naar voren.


=

Lieve M.

13


Iemand werd wakker met de woorden:

'Hij dacht voortdurend aan te vroeg

en dood geboren', Dat mag niet gebeuren

M, jouw kind moet leven zoals kinderen

uit de Sahel dik en rond geboren worden

terwijl hun moeder uitgeput en nauwelijks

zogen kan. Wreed en schoon is het leven

dat zich klaar maakt om in ons huis

te wonen, onze kinderen

ze maken dezelfde fouten of andere

ze gaan gebukt onder ons verleden

maar we zullen rechtop staan

en de liefde begroeten als een wonder.


--

Lieve M.

14


Door de beregende ramen van de caravan

zag ik je buiten lopen: drie beelden

donkere toverlantaarnplaatjes van zuster

Ursula in een getekende werkelijkheid.


Welke vlinders zocht je in het duister

te ontlopen? In drie beelden stilgezet

fasen in een proces naar een voorspelbaar einde.


Alleen die ene vlinder neem je altijd mee.

Je hebt hem gevangen tot de metamorfose

waar hij zelf het leven leven moet

waar hij van je weg vlindert

jouw achterlatend met je bittere honing.


==

Lieve M.

15


Je zegt dat je het mooiste kind

van de wereld hebt gekregen

en je lacht er niet eens verontschuldigend bij.

Je vindt hem schandalif mooi: moeder-

liefde is nergens mee te vergelijken.


Je legt je zoon in de wieg naast de kolenkachel

die weer terug is in het nieuwe huis.


Je vertelt hoe onbegrijpelijk je het vond

toen een zuster jouw kind wegdroeg

twee meter van je bed, je gaat bij he zoon zitten.

Ik mag hem even in mijn armen nemen.


Hij nam geen deel aan onze emotie

keek zonder verleden naar ons op.


==


Lieve M.

16


Je bent te dichtbij gekomen.

Ik heb lang met mijn brief gewacht

langer dan je lief was: hoe laat ik je los?


Nog steeds denk ik aan je, hoe je beweegt

nu in het nieuwe huis met je zoon

zie ik je lopen. Je laat hem niet meer los.


Heeft hij me van jou bevrijd?

Heeft hij jou van de vader bevrijd?

Hij maakt zich straks al van je los.


Je blijft alleen met sentimentele onzin:

'Een kind is altijd een bewijs van vreugde

en trouw', staat op één van de kaarten te lezen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen