maandag 4 juli 2011

Matthijs Röling

De schilder en zijn model




O, die eeuwige derde: de pop


kijkt er van op, de pop


wil er niets mee te maken hebben.




De schilder wordt een figuur.


Hij ziet zijn 15de eeuwse lichaam


dat de laat-middeleeuwse tuin


wil schetsen en niet het model:




het meisje met het mannenbeen


ziet niets: zij kijkt naar binnen


staat naakt in de koude kamer.




Anemonen op de schoorsteenmantel


zakken tot hun nek in de witte


cylinder naast de veel te grote


zilveren vaas met blauwe akelei.




Achter haar heup ligt het zelfde


zware licht als op zijn linkerarm.


De verhoudingen zijn zoekgeraakt.




Wat wil die kleine pop verzwijgen?


Hoog zijn de luiken, smal geopend.


Het gif van de bloemen loopt


over de blauwe vloer naar de kijker.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen