maandag 4 juli 2011

Gesprekje



Hoe was het bij pappa?

Leuk.

Wat hebben jullie gedaan?

Niks. We zijn naar het zwembad geweest

en daarna gingen we thuis in bad.


Hij begon me overal te zoenen

en toen moest ik zijn pik zoenen.

Hij stak hem in mijn mond en - heel raar -

plotseling begon hij te spuiten.

Ik moest het doorslikken.

Het smaakte naar niks.


Ik weet niet waar het naar smaakte.


En hij begon mijn kutje te likken.

Dat was wel grappig.


Daarna hebben we kroketten gegeten,

met patat en mayonaise. Lekker.

De dove pianist



Geen piano, reumatische vingers

toch muziek: de noten zwart

op papier, voorzichtig schuivende

vingers en de melodie in zijn hoofd.


Genietend van de harmonieën

maat en ritme, zelfs de klankkleur

dankzij herinnering aan eens gegeven

concerten, nu zonder applaus.

Kijken



We moeten leren kijken

wat we kunnen zien.


Met ons hele netvlies

kunnen we een groot

waarnemingsgebied onderscheiden

een schetsmatige tekening.


Elke contour heeft een uit-

gesproken zeggingskracht.


In het centrum van het netvlies

ligt een klein gebied, de fovea

diameter één millimeter

een blikveld van één graad


(zien van een duimnagel

bij gestrekte arm)


Je gaat rond met je oog

plakt de beeldjes aan elkaar.

Querido jaarboek

De flesjes van moeder


Op een rij stonden ze

voor de spiegel, om

naar te kijken alleen.


Op een dag dronk

ik ze allemaal leeg

zoet en spannend .


De dokter in het ziekenhuis

zei dat ik geluk had

dat ze bijna leeg waren.


==


Zwemles


Vanmorgen in het zwembad allemaal garnalen

met hun kleine lijfjes, kopjes boven water

zwommen ze bijna rechtstandig, zoals zeepaardjes.


Ik zag ze onder water door mijn duikbril

mager, bijna doorzichtig, in scholen voor mij uit.


Later hadden ze kleren aan en ze zwommen

moeizaam op bevel van de badmeester

klommen op de kant, stroopten de vellen af

en sprongen achter elkaar weer het water in.


De man was wel vriendelijk, maar toch

galmde zijn zware stem over het water.


===

Opruimdienst

Ene hand in zijn zak
speelt de andere met een papiertje
lange stok met grijpertje.

Papiertje laat zich niet pakken.
Hij heeft alle tijd
in zijn oranje jas
om het verkeer te waarschuwen.

Papiertje heeft pret.

==

Kinderen in de winter

Alle vragen over taal staan te dringen in de sneeuw
als kinderen leren lezen, binnen in de warmte.
Trots roepen zij: 'Jong geleerd, oud gelezen!'
'Wat zeg je? Wil je in het bos boeken ontdekken?'

Luister naar de meesterverteller, zoek de schat
onder de sneeuw, op weg met de anderen.
Zet je handschrift in de sneeuw en schrijf
op de maat van de vallende vlokken.

Zo veel? Ja, zo veel. Zie hoe het sneeuwt
op de computer, tussen zon en maan
dwarrelen de woorden. Vang ze maar
en maak je eigen sneeuwman, -vrouw.

Alles valt op zijn plaats in het sneeuwen, lezen.

=

Tekenen


Ik was Onfim, zeven jaar.

Achthonderd jaar geleden

tekende ik op berkenschors

hoe ik te paard mijn speer wierp

naar een vijand, ik tekende

wat ik wilde worden en

waar ik bang voor was:

een vuurspuwende draak.


Ik tekende handen als harken

hoofden met grote ogen.

Ik wist niet dat mijn achter-

achter-, achter-, achter-

kleinkinderen het net zo zouden doen.


Een steelpan bij voorbeeld


Niet dat ze er nog zijn als wij al weer

verdwijnen, maar zo stil ademen

dat het niet te horen is en nog minder

te zien. Ze laten zich vatten als een steelpan

laten zich vol- of leeggieten, geduldig

wonend in hun belijning, stoffelijkheid.

Het zijn de dingen die getuigen

van de leegte en de volte.

Ze staan in hun ongeduide omgeving

op te vangen hoe we kijken naar hun lot.

Ze staan te treden uit de schaduw

en wij weten: bewustzijn houdt van licht.

Vreemd geluk



In Logabirum kijken we naar vogels

zitten in de achterbak, drinken koffie

eten iets, terwijl we luisteren naar

gezang, getjilp, gefluit, geritsel.


We zijn in Duitsland, ja, maar de zon

schijnt, we zijn weer vrienden en wie

we tegenkomen groet op z'n Saksisch.


Verderop kijken we naar gelukkige varkens

die heel veel ruimte hebben in een weiland

met hokken om te schuilen, met stro

waar op de kinderen worden geboren

allemaal voor de slacht, ja, zegt een man:

'De Hollanders zijn dol op onze varkens.'

Matthijs Röling

De schilder en zijn model




O, die eeuwige derde: de pop


kijkt er van op, de pop


wil er niets mee te maken hebben.




De schilder wordt een figuur.


Hij ziet zijn 15de eeuwse lichaam


dat de laat-middeleeuwse tuin


wil schetsen en niet het model:




het meisje met het mannenbeen


ziet niets: zij kijkt naar binnen


staat naakt in de koude kamer.




Anemonen op de schoorsteenmantel


zakken tot hun nek in de witte


cylinder naast de veel te grote


zilveren vaas met blauwe akelei.




Achter haar heup ligt het zelfde


zware licht als op zijn linkerarm.


De verhoudingen zijn zoekgeraakt.




Wat wil die kleine pop verzwijgen?


Hoog zijn de luiken, smal geopend.


Het gif van de bloemen loopt


over de blauwe vloer naar de kijker.